jadotbarbier

J&B — JADOT & BARBIER

+

Exhibition

 

upcoming → C MINE BLACK

01.07— 27.08.2017

+

Exibition

 

Thisnewland — The Sideshow

— 2017, BLEEK, Kunstencentrum, Sint-Niklaas

info

Als bijlage van een mail ontvang ik een foto. Zoals bij elke leesactiviteit, hou ik ervan om dat via een uitgeprinte versie te doen. Dat geldt niet alleen voor tekst, maar ook voor foto’s - zeker als me gevraagd wordt om deze foto te lezen. Onmiddellijk geeft het uitprinten van de foto op een A4-formaat de grenzen van de resolutie aan, iets groter en de pixels manifesteren zich al in het beeld. Daarom denk ik dat ik niet gevraagd wordt om op details in te zoomen, maar me veel meer dien te richten op de algemene atmosfeer. Spijtig, want onmiddellijk is mijn oog nieuwsgierig gemaakt en wil ik te weten komen of deze twee dames in feestelijke kledij hun nagels al dan niet van een glossy nagellak voorzien hebben. Een felle kleur hebben ze zeker niét gebruikt, dat zou onmiddelijk opvallen. Maar toch het lijkt alsof hun nagels lichtjes- elegant voorbij de rand van de vingertoppen uitstrekken. Tegelijk vraag ik me af waarom ik zo zit te turen en mieren op details die nauwelijks zichtbaar zijn alsof alle geheimen van de wereld hierin vervat zitten? Laten we het beeld eerst maar in zijn totaliteit bekijken. Proberen, ... maar toch blijven er ongewild vragen opborrelen. Op welke manier zouden Jacques en Luc deze foto willen presenteren? Zullen ze die projecteren met een beamer? Wordt die foto afgeprint, en zoja, op welk formaat? En kunnen ze dan gebruik maken van een versie met een hogere resolutie? Is de foto wel door hen genomen, zouden deze prinsessen familie zijn. Of hebben ze deze foto ergens gevonden? Internet, rommelmarkt, zolder, ...? Alleszins is het een dubbelportret (‘ten voeten uit’ zegt de kunstgeschiedenis dan) waarbij de natuur, het is zomer, als decor en achtergrond fungeert. Het is geen wilde, maar gedomesticeerde natuur, heel waarschijnlijk een tuin – een oprit zelfs. Een strook beton, met rechts beneden een fijn streepje dat ervoor zorgt dat ook dit materiaal wat bewegingsvrijheid heeft en zich wat kan uitstrekken of krimpen zonder al te snel barsten te vertonen. Fijn voor dat beton, maar in de foto is het wel een lelijk stuk in de compositie. Hadden ze niet beter tussen de bloemen gestaan? Of is het doorbreken van de pure idylle een bewuste keuze via deze kadrage? De overgang van pad naar aarde kent een tussenstop via de natuurstenen die men linksbeneden ziet. Achter deze afboording domineert groen, roze-rood en felgeel, maar ook een trampoline-de-luxe. Direct roept dit het beeld op van de ‘suburbs’, de eerder welgestelde buitenwijk, want als er een attribuut is dat daar overal terug te vinden is, blijkt het dit soort van springtuigen te zijn met beveiligend net eromheen om de telgen van twee werkende ouders met twee kinderen op voldoende wijze te beveiligen tegen de zwaartekracht. Helaas heb ik nog maar weinig ‘gelezen’ in de voorstelling van deze dames en ben ik al aan het interpreteren. Maar met door de galakledij, aanwezig natuur en de moderne vervanging van de schommel door trampoline, denk ik bij dergelijke voorstelling vrijwel onmiddellijk aan ‘L’escarpolette’ van Jean-Honore Fragonard, een van de meesterwerken uit de rococo-periode dat ook gekend is als ‘De vrolijke ongelukjes op de schommel’. De twee adolescenten in de foto schijnen de tijd van genotvol zweven op de trampoline echter achter zich gelaten te hebben. Aaneengesloten alsof het één lichaam betreft, zijn ze gehuld in een lang fletsblauw kleed. Geen fraaie schoen, of ontblote enkel (in het rococo een verleidende en ondeugende lichaamspartij) te zien. Dit wordt echter gecompenseerd door de mouwloosheid van de kledij, zodat een doorlopende ‘naturel’ ontstaat van vingertoppen tot schouders en hals. Het bovenlichaam wordt opgeluisterd door bescheiden gehouden glitter en florale motieven. Het voorste meisje draagt een halsketting, maar geen van beiden houden de vingers van vrij van ringen, en daarmee mogelijke bindingen aan anderen of beloftes daartoe. Ze kijken - redelijk ontspannen - naar de fotograaf en daardoor ook naar ons. De ene lacht met enige gulheid want we zien haar gaaf gebit. De grootste, maar daarom niet de oudste, kijkt serieuzer, maar niet strak of arrogant. Hun sisterhood wordt benadruk door hun loshangend, lang krullend haar, maar vooral door het geweer dat ze gezamenlijk vasthouden. De aanwezigheid van dit wapen verandert de foto van een communicantenachtig kiekje tot een beeld dat meer enigmatisch wordt. Zonder bijkomende info stuit je zo op de limiet van de interpretatie van een beeld. Maar dit niet-weten vormt steeds het vertrekpunt van iets nieuws, roept de nieuwsgierigheid op en zet ons denken in gang. Zijn ze lid van een schietclub? Is dit Amerika waar wapenbezit bijna een vereiste is om je nationale identiteit vorm te geven? Behoren ze tot de Guerilla-girls die een hogere aanwezigheid van vrouwen in musea nastreven? Zijn het achternichtjes van Valerie Solanos’ SCUM (Society for Cutting Up Men) - de vrouw die Andy Warhol neerschoot? Of zijn het misschien de twee braafste meisjes van de klas die op school gepest worden en poseren met een geweer om toch één keer stoer over te komen. Wel ik weet het ook helemaal niet, maar hoop dit via Luc en Jacques te weten te komen.

 

Tekst. Stef Van Bellingen